VERZORGING

De algemene "basisbehoeften" zijn voor de meeste waterschildpadsoorten wel hetzelfde, ze hebben warmte en UV nodig, een zandeiland om hun schild (carapax) te kunnen drogen en/ of voor de dames hun eieren te kunnen leggen, zodat ze niet sterven aan legnood en je moet ze uiteraard niet overvoeren. Verder is een goede filtering van het water ook belangrijk aangezien vuil water voor schildrot kan zorgen. Het land van oorspronkelijke herkomst bepaald uiteindelijk hoe warm het water moet zijn, welk dieet men gebruikt, hoe warm de warmtebron zou moeten en of ze wel of niet in winterslaap gaan.

Hieronder bespreek ik de basisbehoefte van enkele Sternotherus en Kinosternon soorten die ik zelf houd en heb gehouden. Voor mijn Geoemyda spengleri gelden weer hele andere basisbehoeften aangezien dit een semi- aquatische aardschildpadsoort is. (daarover later meer... ).


AQUARIUM/ TERRARIUM:

Het is triest om te zien dat bepaalde winkeliers de bekende plastic bakjes met het bekende palmboompje nog verkopen. Ook vind ik de schildpadverblijven zonder kap niet verstandig, aangezien schildpadden vrij gevoelig zijn voor tocht en hierdoor snel een longinfectie kunnen oplopen. De meeste dierenwinkels verkopen juist de groot wordende soorten, maar hebben geen grote verblijven in de winkel staan. Ook worden deze vaak niet geadviseerd, vaak word zelfs beweerd dat ze zich wel aanpassen aan het formaat van het bestaande aquarium… dit is echter onjuist!! Gevolg: Potentiële kopers beseffen zich niet dat deze kleine aquariums na circa 2 jaar niet meer toereikend zullen zijn en komen erachter dat ze ook eigenlijk geen ruimte en tijd meer hebben voor een grotere maat aquarium en zo belanden ze bij bosjes weer op diverse verkoop site’s.

Gelukkig zal een kleinere ruimte voor de meeste klein blijvende soorten niet direct een probleem zijn, aangezien deze minder snel groeien en over het algemeen niet groter worden dan 15cm schildlengte (SCL). Een volwassen exemplaar kan al in een 80x40cm verblijf gehouden worden, met een waterhoogte van circa 30-40cm. Voor elk dier wat daarbij komt word 20% meer gerekend en voor een koppeltje zou je dan een aquarium van 100x50cm nodig hebben.

Nieuwe aquariums kosten vaak veel geld, terwijl tweedehands aquariums net zo goed kunnen zijn. Je moet hierbij wel rekening houden dat je de kitranden eventueel opnieuw moet kitten, zeker als een bak een tijdje leeg heeft gestaan. Mijn bakken heb ik echter nog nooit opnieuw gekit en ook nog nooit last gehad van lekkages. Ook mijn buitenfilters heb ik verkregen via tweedehandse verkoop website’s voor een schappelijk bedrag. Als je meteen de grootste maat aquarium koopt die je kan plaatsen en voor ogen hebt, bespaar je ook weer geld uit.

Bovengenoemde maten zijn de minimale maten die u kunt handhaven!!

(ZAND-) EILAND:

Iedere schildpad heeft een droge plek nodig, om goed te kunnen opwarmen en drogen, wanneer deze daar de behoefte aan heeft. De ene soort zal een echte zonaanbidder zijn, de ander zal weer wat schuchterder zijn en overdag minder vaak op het land komen. Dat is ook de reden waarom bij de een wel UV verlichting word geadviseerd en bij de andere weer niet. (zie verlichting) Bij de vrouwelijke schildpadden heb je (zeker op volwassen leeftijd) een zandeiland nodig. Vrouwelijke schildpadden leggen namelijk regelmatig eieren en hebben hiervoor geen man nodig. Zonder mannelijke schildpad zullen deze eieren onbevrucht zijn, maar met een man heb je natuurlijk grote kans dat ze wel bevrucht zijn. Mocht je er niet mee willen kweken kun je deze natuurlijk gewoon weggooien, maar bij bevruchtte eitjes wel het liefst zo vroeg mogelijk. Hebben de vrouwtjes geen zandeiland tot hun beschikking dan zullen ze de eieren waarschijnlijk bij zich houden en overlijden ze uiteindelijk aan legnood. (zie ziekten) Als een vrouw haar eieren in het water legt, ondanks dat er een zandeiland aanwezig is, dan zal ze haar eiland waarschijnlijk niet geschikt genoeg vinden, want ze kunnen hierin namelijk erg kieskeurig zijn!

Heb je alleen een mannelijke schildpad, dan heb je geen zandeiland nodig. Alleen het nadeel bij schildpadden is dat het geslacht vaak op latere leeftijd, rond de 3-4 jaar of rond de 6-10cm schildlengte, te zien is. Een drijvend eiland is al voldoende, mits deze droog blijft. Wat veel eigenaars hiervoor gebruiken is een turtledock/ turtlebank of men maakt zelf een achterwand met een rustplaats.  

VERLICHTING: 

Boven het eiland behoort dan een goede warmte bron te hangen. De warmte behoefte op het land zal per soort verschillend zijn, maar wat altijd belangrijk is, is dat de temperatuur boven het water oppervlak ALTIJD 5 graden warmer is dan onder water. Zo verklein je de kans op longinfecties en droogt de schildpad sneller op. Door deze opwarming zullen de schildpadden sneller en actiever worden en daarbij is het goed voor hun spijsvertering en eventuele verschilding/ vervelling.
Ik gebruik zelf een spotje van 40-60 Watt, afhankelijk van de afstand tussen lamp en de zon plek. Dit zou je in het begin dus goed uit moeten meten d.m.v. een thermometer te plaatsen. Let hierbij wel op dat de schildpad zich niet kan verbranden door in contact te komen met de warmtebron zelf.

Over het gebruik van wel of geen UV verlichting bestaan er nog steeds veel verschillende meningen en opvattingen onder (ervaren) schildpadhouders. UV verlichting zorgt voor de aanmaak van vit D die ze zeker nodig zullen hebben, maar als je de juiste volwaardige voeding aanbied kun je hiervan al een groot deel zelf opvangen. Momenteel hanteer ik nog geen UV verlichting bij mijn schildpadden, maar als ik straks al mijn aquariums klaar heb, wil ik me hier zeker nog verder in gaan verdiepen. Waarschijnlijk zal ik UV verlichting alleen toepassen bij de dieren die echt de “zon” zullen opzoeken, waaronder voor mijn Kinosternon baurii’s.

BODEMBEDEKKING:

De meeste klein blijvende soorten houden ervan om over de bodem te scharrelen, op zoek naar overgebleven eten of om zich lekker in te graven en een “dutje” te doen. Ik gebruik hiervoor zelf (gewassen) metselzand, het is namelijk raadzaam om het zand eerst een paar keer om te spoelen, aangezien je anders troebel water krijgt de eerste week (-weken). Door het scharrelen van de schildpad woelen ze door het zand en word de ontlasting die ze achterlaten fijngemalen en deze resten verdwijnen dan weer makkelijker in het filter of worden opgegeten door de guppen die ik in de bak heb zitten. Als ik mijn aquariums verschoon woel ik een paar keer door de bodem, waardoor het meeste vuil wat er tussen blijft zitten meegenomen door het water wat ik eruit haal. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om een andere bodem bedekking te nemen, zoals bv rivierenzand, grind of steentjes (pas op met het beschadigen van de ruit)

FILTER / THERMOSSTAAT:

Mijn voorkeur gaat uit naar een buitenfilter, deze zijn krachtiger, vergen minder onderhoud en nemen zo min mogelijk plaats in beslag. Mijn filters reinig ik namelijk 1-2 keer per jaar, water ververs ik om de 3 maanden 2derde deel. Echter doe ik dit nooit gelijktijdig i.v.m. de goede bacteriën die zijn opgebouwd. Deze zijn voor de schildpad niet direct belangrijk, maar wel voor je evt. planten en/-of vissen bestand. Bij klein blijvende schildpadden zou je ook nog kunnen volstaan met een binnen filter, maar het nadeel hiervan is dat ze over het algemeen veel onnodige ruimte in beslag nemen en veel vaker gereinigd moeten worden. Dit geeft ook weer extra stress voor de dieren! Of je gebruik moet maken van een thermosstaat is weer afhankelijk van de soort die je neemt/ bezit, hierbij moet goed gekeken worden naar de herkomst van je schildpad.

------ Word nog verder aan gewerkt!!---------